Indië zit in mijn zintuigen

Langs de IJssel in Deventer woont mevrouw Mady Schoenmaker-Ament (82). Vanuit het statige pand kijkt ze uit over het water, een prachtig uitzicht. Het appartement op de eerste etage is licht, aan de muren hangen kunstwerken. “Er zit ook werk van onze dochter bij”, zegt Mady strots. Tot dat ze kinderen krijgt, woont Mady dan weer hier en dan weer daar. Nooit lang genoeg om intensieve vriendschappen op te bouwen. Maar nu is ze ‘honkvast’, op deze plek kan ze oud worden. “Tenzij de trap op het bordes te lastig wordt”, lacht ze. Het verhaal van Mady begint in Nederlands-Indië. Een van haar voorvaderen, Tjalling Ament, een Friese avonturier, vertrok aan het begin van de 19e eeuw naar Nederlands-Indië. Op 10 mei 1940 wordt Mady geboren op een thee- en koffieplantage, waar haar vader als ‘planter’ verantwoordelijk is voor alle ‘cultures’ (tropische exportgewassen red.) in de plantagetuin.

Buitenkampers
“De eerste anderhalf jaar van mijn leven ben ik vrijheid opgegroeid. Dat weet ik uit de verhalen van mijn moeder. Tijdens de Japanse bezetting waren wij ‘buitenkampers’. Dat betekent dat wij buiten het kamp woonden omdat wij Indo’s waren. Maar heel prettig was dat ook niet, want we hoorden ook niet echt bij de Indonesiërs. We waren een soort van vogelvrij, je moest maar zien hoe je in leven bleef. Maar mijn eerste echte herinnering is van net na de oorlog. De Japanners hadden zich overgegeven, en de Indonesiërs wilden zo snel mogelijk van de Nederlanders af. Om ons te beschermen tegen de vijandige Indonesiërs woonden ik met mijn moeder, zus en broertje, in een afgesloten wijk van Malang, met verschillende gezinnen samen in een enorm huis.” 

Bescherming
“Tussen twee lakens hadden mijn jongere broertje, mijn moeder en ik onze eigen plek. Mijn vader werkte tijdens de oorlog aan de Pakanbaroe-spoorweg, daar zijn ook heel veel doden gevallen. Na de oorlog werd hij direct in zijn kraag gegrepen om troepen te begeleiden. Hij kreeg geen kans om contact met ons te zoeken; mijn moeder wist niet eens waar hij was. Ik heb later brieven gevonden die ze naar de onderneming gestuurd had, waarin ze vroeg of iemand wist waar hij was en dat ze kleding voor ons nodig had. Het klinkt misschien gek, maar het was voor mij best een hele gezellig tijd. Je had altijd iemand om mee te spelen in de wijk. Zo gingen we naar mijn oma of mijn moeders zus. Ik ging naar de kleuterschool die in de kerk was, maar naar school gaan is nooit mijn hobby geweest.”

Mieren tellen
“Een jaar nadat de oorlog was afgelopen werden we herenigd met mijn vader. Dat was op 23 juni 1946. Ik herinner mij dat zo goed omdat het de verjaardag was van mijn zus. Zij kreeg alle aandacht en ik hing er maar een beetje bij. Ik was 6 en mijn vader herkende ik nauwelijks. We woonden vervolgens in Jakarta, daar ging ik naar de eerste klas. Het was een katholieke school en hoorde bij de kerk. We kregen les van Nederlandse nonnen, die hadden geen enkel begrip voor wat wij in de oorlog hadden meegemaakt. Vreselijk vond ik die school. Ik zie me nog voor in de klas zitten. Ik heb daar mieren zitten tellen. Samen met mijn broertje heb ik ook nog gespijbeld. Toen moest ik voor straf tussen de kleuters zitten. Dat was geen gezicht, zo’n groot meisje tussen die kleintjes.”


Naar Nederland
“In 1947 vond mijn vader het beter voor ons dat we naar Nederland gingen. Ik denk dat hij aanvoelde dat het veiliger was als wij vertrokken. Zelf bleef hij achter omdat hij als militair werd ingezet om de mensen daar te beschermen. De bootreis van vier weken naar Nederland was een groot feest. Je kon overal vrij rondlopen, leuke dingen doen zoals mandjes vlechten en je hoefde niet naar school. Onderweg stopten we in Aden, Egypte. Daar gingen we in de haven van Ataka van boord om warme kleren en dekens te halen. Ik kreeg een overgooier en een warme jas. In Nederland gingen we met de bus naar Overveen, naar de tante van mijn vader. Zij was zo lief, we hebben het daar in haar huis heel fijn gehad en er was een tuin met een appelboom. Ik at bij haar voor het eerst een appel. Na een tijdje verhuisden we naar een pension in Den Haag.”

Schooltijd
“Daar gingen de meeste mensen uit Indië naar toe. Wieteke van Dort zingt zo mooi over die stad in het liedje: ‘De weduwe van Indië ben jij’. In Den Haag moest ik jammer genoeg ook weer naar school. Je moest ook iedere dag naar de kerk. Als je dat deed kreeg je een kruisje achter je naam. Maar ik deed dat niet, dus stond ik eigenlijk voor gek, voor de hele klas. Voor mijn zus was die schooltijd in het begin wel heel vervelend. Zij had een bruinere tint en werd uitgescholden voor ‘poepnikker’, en ze riepen ‘ga naar je eigen land’. Zij heeft echt voor haar plek moeten vechten. Ik had een witte kleur en dus nergens last van. Echt langdurige vriendschappen aangaan lukte niet omdat we ieder jaar weer verhuisden. Wel herinner ik mij Truusje van de groenteboer, zij was mijn vriendin tot we in 1949, vlak voor de soevereiniteitsoverdracht (het einde van het Nederlands koloniale bewind, red.), toen we weer naar Indië vertrokken.”

Terug naar Indië
“De eerste twee jaar op de rubberonderneming kregen ik en mijn broertje les van mijn moeder. Ze had boekjes uit Nederland, daar waren wij heel blij mee want achterin stonden alle antwoorden. Dus wanneer moeder 60 kilometer verderop boodschappen ging doen, schreven wij de antwoorden over en hadden vervolgens vrij om leuke dingen te doen. Met mijn broer heb ik echt een fijne jeugd gehad. ’s Middags moest je slapen, dat deed iedereen. Maar wij gingen er nog wel eens vandoor, naar de rivier en kwamen drijfnat thuis. We hadden een hele lieve djongos, die zorgde voor schone kleren.”

Gastgezin
“Maar aan die fijne tijd kwam ook weer een eind. Ik ging met de boot naar Jakarta om daar bij een gastgezin te gaan wonen. En ging ik ook weer naar school. Maar veel had ik in al die jaren niet geleerd, ik wist niet eens wat een procentteken was. Met Kerst en Pasen ging ik naar huis en in de tussentijd schreef je brieven. De zesde klas heb ik weer in Den Haag afgemaakt. In Indië was er sowieso geen middelbare school, dus het was logisch dat je naar Nederland ging. Daar kwamen ik en mijn broer bij weer bij een gastgezin terecht. Ze hadden al drie zoons dus ze waren heel blij met mij. En ik zorgde er zelf ook wel voor dat ze mij lief vonden. Mijn broertje vonden ze een lastpak, hij heeft het daar ook niet fijn gehad.” 

Vaste plek
“Mijn hele jeugd woonde ik dan weer hier en dan weer daar. Ik wist niet beter. Maar na de middelbare school woonde ik voor het eerst in mijn leven een aantal jaren op dezelfde plek. Ik ging naar de mulo en haalde hele hoge cijfers, dus ik vond het voor het eerst ook heel leuk. De docent Engels kwam ook uit Indië, dat voelde voor mij fijn. Na het derde jaar kwam mijn vader definitief naar Nederland. Hij kreeg een baan bij de hoogovens, dus verhuisden we weer. Eerst naar Bloemendaal en daarna naar Velsen-Noord. Daar woonden we in een straat met meer collega’s van mijn vader. Hier ontmoette ik ook mijn man Dirk-Jan. Hij had een Rotterdamse vader en een moeder uit Indië, en was ook in Indië geboren. Dat schiep een band. Je kent elkaars cultuur en voelt je thuis.” 

“Na de mulo deed ik de opleiding voor kleuterleidster, omdat ik zo goed met kinderen om kon gaan. Ik heb een aantal jaar als kleuterleidster gewerkt en daarna heel veel vrijwilligerswerk gedaan, onder andere op scholen. Met een auto voor de deur kon ik overal naartoe. Met mijn man heb ik de eerste jaren ook overal en nergens gewoond. Maar in Epse, waar onze twee kinderen opgroeiden, hebben we uiteindelijk 25 jaar gewoond. Maar toen we 20 jaar geleden de kans kregen om dit appartement, met dit prachtige uitzicht, te kopen hebben we geen moment getwijfeld. Op deze plek ben ik echt tot rust gekomen.” 

Een gedachte over “Indië zit in mijn zintuigen

Voeg uw reactie toe

  1. Lieve Claske, Wat leuk om mijn verhaal terug te lezen in jouw bijzondere vorm/stijl. Leuk ook de door jou gekozen foto’s bij het verhaal. Ik voel me er echt in thuis. Heel veel succes met steeds nieuwe ontmoetingen en een mogelijke publicatie van alle verhalen. Hartelijke groet, Mady Schoenmaker

    Like

Geef een reactie op Madyschoenmaker Reactie annuleren

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑