De voordeur van het appartement op de eerste etage staat al open. Links de badkamer, vol met was, en rechts de slaapkamer. Bloeiende planten op de vensterbank, grote eikenhoutenkasten tegen de wand. Clara Scholten (92) is druk in de weer met handdoeken. Ze heeft last van lekkage en heeft geen idee waar die vandaan komt. Ook in de woonkamer heeft de vloerbedekking donkere vlekken. Maar ze heeft alles onder controle. Ze heeft een melding gemaakt en gaat ervan uit dat er snel iemand komt om het op te lossen. Ze praat direct honderduit, terwijl ze tegelijkertijd thee en koffiezet, de theedoos tevoorschijn haalt en wat lekkers op tafel zet. Haar Achterhoekse tongval is ze in alle jaren niet kwijtgeraakt. We zijn nog niet begonnen of ze begint al over het internaat waar ze na de MULO naar toe ging. Dan gaat de telefoon, morgen komt er iemand langs voor de lekkage.
Katholieke leerschool
“Bij ons aan tafel op de boerderij heerste een strikte sfeer. Als er al iets gezegd werd was mijn vader aan het woord, de rest was stil. We hadden een middelgroot boerenbedrijf in Gendringen, de Achterhoek: koeien, kippen, pauwen wat landbouw en veeteelt. Als ik aan ons gezin denk is de sfeer afstandelijk, maar degelijk. Het geloof speelde een belangrijke rol: het ochtendgebed, dat is eigenlijk wat ik mij het meest herinner. Ik was gehoorzaam en stil, net als mijn drie broers en zusje. We hadden dan ook geen discussie thuis. Mijn moeder richtte zich meer op het katholieke geloof dan op een liefdevolle opvoeding. Zelf was het liefst naar het klooster gegaan. Maar daarvoor in de plaats stuurde ze mij.”
De Voorzienigheid
“Ik kon goed leren en met drie broers was mijn hulp op de boerderij niet nodig. Mijn moeder besloot in overleg met de pastoor dat ik naar het internaat ‘De Voorzienigheid’ in Steenwijkerwold ging. In 1948 kreeg “De Voorzienigheid” goedkeuring voor een landbouwhuishoudschool, in het oude St. Jozefhuis. Deze school bood opleidingen in huishoudkunde en landbouw, gericht op het opleiden van meisjes voor een rol in het plattelandsleven. Mijn zusje bracht mij erheen. Dat was een hele onderneming, ze moest de eerste nacht in het internaat blijven slapen omdat het te laat was om nog terug te gaan. De tijd bij de nonnen op de landbouwhuishoudschool heeft mij echt gevormd. We sliepen met z’n allen op een slaapzaal, de bedden van elkaar gescheiden door een gordijn ertussen. In het begin keek ik enorm op tegen de meisjes die assertiever waren dan ik. Zij inspireerden mij en al snel kreeg ik zelf de smaak te pakken. Ik voelde mij veel vrijer dan op de boerderij en ontwikkelde mezelf tot een zelfstandige en mondige vrouw. Discipline, netheid en structuur waren belangrijk, iedere dag begonnen we om 06.30 uur met het ochtendgebed in de kapel. Dat vond ik al snel saai waardoor ik aanbood de koeien te melken. Na het ontbijt kregen we les in huishoudkunde, voedingsleer, EHBO en koken. Alles gebeurde op vaste tijdstippen.”

Liften en praktijk
“In de vakanties ging ik terug naar Gendringen. Je kreeg dan 10 gulden voor de reis, maar die hield ik in de zak door liftend naar huis te gaan. Samen met een vriendin zocht ik dan een goede plek uit waar veel verkeer langskwam. Vrachtwagenchauffeurs of gewone automobilisten namen ons vaak snel mee. Die vonden een praatje ook wel gezellig. Voor mijn vriendin was het bijna een sport om te speuren naar kentekens met de letter ‘M’: die voertuigen kwamen namelijk uit Gelderland. Thuiskomen voelde vertrouwd, maar alles ging gewoon zijn gangetje. Ik had niet de indruk dat mijn familie mij miste. Na twee jaar theorie op het internaat was het tijd voor de praktijk.
Daarvoor ging ik onder andere naar Limburg waar ik aan de slag ging bij een jong gezin met twee kinderen. En naar een ziekenhuis in Duitsland. Daarna vertrok ik naar Bergen, naar het kloostercomplex van de Urselinen. Het internaat had een landbouwhuishoudschool, een kapel, een klooster, een boerderij en een internaat. Hier rondde ik mijn opleiding tot lerares in huishoudelijke en agrarische vaardigheden af. Ik ging aan de slag in Emmeloord, lesgeven werd mijn lust en mijn leven. Ik genoot enorm van het contact met de leerlingen, ik deed het werk met veel plezier en het gaf mij energie. Ik gaf kooklessen en moest soms zelfs praktische zaken demonstreren, zoals hoe je kippen slacht.”

Liefdesleven
“Tijdens een fietsvakantie met een vriendin in Valkenburg ontmoette ik Jo, een charmante en vrijgevochten mijnwerker. Het klikte meteen, maar onze relatie bleek verre van eenvoudig. Jo was niet-katholiek, en dat zorgde voor heftige conflicten en een uiteindelijke breuk met mijn streng katholieke ouders. We hadden een knipperlichtrelatie en in een periode dat onze relatie was verbroken, kreeg ik een zoon, Vincent. Uiteindelijk was de liefde voor Jo toch te sterk en trouwden we. Jo accepteerde Vincent zonder enige twijfel en behandelde hem als zijn eigen kind. Later kregen we ook nog samen een zoon, Jacques. Jo’s moeilijke jeugd als onwettig kind had hem diep getekend, en dat bleef doorwerken in ons huwelijk. Hoewel de liefde intens was, zorgden de spanningen en Jo’s onrustige aard voor grote problemen. Hij kon agressief zijn, en ik heb momenten gekend waarop ruzies escaleerden tot fysiek geweld. Uiteindelijk bleek hij ook niet trouw, wat voor mij de grens was. Toen ik besloot de relatie te beëindigen, raakte hij de weg kwijt. Ik verhuisde naar Arnhem en Jo belandde in een psychische crisis, waarin zijn agressie en verdriet verder toenamen. Uiteindelijk pleegde hij zelfmoord. Zijn dood was een dieptepunt, zowel voor onze kinderen als voor mij. Ik stond er alleen voor en moest ook financieel zien rond te komen.”



Huizen
“Tijdens ons huwelijk had Jo geïnvesteerd in meerdere panden, ondanks dat hij geen stabiele financiële achtergrond had. Hij kocht de huizen met een hypotheek en creatieve financiële constructies, soms ook met hulp van de verkopers zelf. Na Jo’s overlijden erfde ik de panden, door kamers te verhuren had ik een extra inkomstenbron. Toch was het niet ideaal, onderhoudsproblemen en juridische kwesties rondom de verhuur zorgden ervoor dat ik uiteindelijk alles van de hand gedaan heb. Mijn leven was best complex in die tijd, ik rookte veel shag en raakte aan de drank. Dat heeft mij zelfs mijn baan op de huishoudschool in Arnhem gekost. De directeur was begripvol en regelde dat ik nog een tijdlang een deel van mijn salaris kreeg. Ik woonde in een groot pand in de Sweerts de Landasstraat in Arnhem en zolang de kinderen nog bij mij thuis woonden verhuurde ik de rest van de kamers aan studenten en andere huurders. Het was gezellig en gaf mij een gevoel van veiligheid. Ik was niet graag alleen. Maar het huis had ook veel onderhoud nodig. Toen mijn kinderen het huis uit waren was ik soms bang. Bijvoorbeeld als ik verdachte geluiden in de tuin hoorde. Uiteindelijk besloot ik het huis te verkopen en te verhuizen naar een klein appartement in Velp.”
Familiebanden
“Het was een flinke overgang. Ik hield niet van het kleine, krappe hokje waar ik woonde, met een piepkleine douche en keuken. Ik bleef zoeken naar een plek waar ik me thuis kon voelen. Uiteindelijk kwam ik in de Bouriciusstraat, bij het station in Arnhem, terecht. Daar vond ik weer wat rust. De relatie met mijn ouders en familie is altijd moeizaam gebleven. Een echte verzoening is er nooit gekomen. Ik kreeg geen steun meer en voelde me volledig buitengesloten. Zelfs toen mijn ouders overleden, erfde ik niets en werd ik niet betrokken bij het testament. Met mijn broers en zussen had ik ook weinig contact. Eén broer, die slager was, deed op een gegeven moment een toenadering, maar dat kwam meer door zijn vrouw dan uit eigen wil. De rest van de familie bleef afstandelijk. De boerenmentaliteit in mijn familie was hard en weinig vergevingsgezind. Het heeft me geleerd vooral op mezelf te vertrouwen.”
“Ik ben trots op hoe ik me door alles heen heb geslagen. Ik geniet van de vrijheid die ik heb opgebouwd, van de mensen om me heen en van de herinneringen aan de mooie momenten. Toch voel ik soms de eenzaamheid die komt kijken bij ouder worden en het gemis van hechte familiebanden.”

“Maar ik blijf optimistisch. Ik ben dankbaar voor mijn gezondheid en de kansen die ik heb gehad. Ondanks alles heb ik het leven licht weten te houden. Er is altijd een manier om door te gaan. En dat blijf ik doen.”
Dag Claske, Wat een mooi en aangrijpend verhaal van een sterke vrouw. Het bevestigt mijn mening dat elk mens een boek is. Mooi dat jij al die verhalen optekent.
Hartelijke groet, Mady Schoenmaker
>
LikeGeliked door 1 persoon
Dankjewel weer Mady.
LikeLike
Indrukwekkend en krachtig verhaal met dito hoofdpersoon, en prachtig opgeschreven!
LikeLike
Beste Claske,
Zeer lezenswaardig! Zo zie je maar wat een mens allemaal kan meemaken. Iedereen heeft zo zijn eigen verhaal; als jij daar over schrijft wordt dat voor anderen op een aantrekkelijke manier zichtbaar.
Vriendelijke groeten,
Jaap
LikeLike