Hoe hij rook weet ik nog precies

Sinds haar trouwen woont Diet te Laak (87) samen met haar man in hetzelfde huis, aan de rand van Zutphen. De muur bij de eethoek hangt vol met foto’s die herinneren aan een leven lang samen met haar man en kinderen. De zeilboot, de kinderen en kleinkinderen. Een neef ontdekte nog niet zo lang geleden ontdekt dat Diets overgrootmoeder afstamt van de inheemse bevolking van Borneo. Haar overgrootvader kwam als zendeling via de marine in Borneo terecht en trouwde met haar overgrootmoeder. Diet wordt in 1936 geboren in Malang, als enig kind van een verpleegkundige en een vader die volgens haar een bohémientype was. De vonk tussen haar ouders slaat over wanneer hij door een motorongeluk in het ziekenhuis belandt.

Japanners
“De Japanners marcheerden door de straten van Malang. Vanaf dat moment herinner ik mij best veel. Mijn vader was als krijgsgevangene meegenomen, en ik woonde met mijn moeder in een pension. Er kwam met regelmaat een Japanse officier op bezoek, waarschijnlijk voor Mary, de dochter van de pensionhoudster. Op een dag trok hij mij op schoot om mij te knuffelen. Ik weet nog precies hoe hij rook, ik wurmde mij uit zijn armen en maakte dat ik wegkwam. Mijn moeder was slim en zei tegen hem dat ik had gezien hoe zij mijn vader hadden meegenomen, en dat ik daarom niet bij hem op schoot wilde. Als zesjarige maakte ik mij verder niet zo druk om de oorlog, ik was al lang blij dat ik door de Japanse bezetting niet naar school hoefde. Ik weet nog wel dat ik moest leren schrijven, en dat de juf vond dat je de letter heel langzaam moest overschrijven. Mijn vader miste ik niet eens zo erg, maar aan mijn moeder was ik enorm verknocht. Ik vergelijk haar nog steeds vaak met een leeuwin: ze stond achter haar principes, deed precies wat ze vond wat goed was. Mijn overgrootmoeder stamde af van de inheemse bevolking in Borneo. Zij trouwde destijds een Nederlandse militair. Maar voor de Indonesiërs waren wij Nederlanders. Toen de Japanners eisten dat wij ons registreerden gaf mijn moeder op dat wij van Aziatische afkomst waren. Zo is het ons gelukt om tijdens de hele bezetting buiten de Japanse kampen te blijven.”


Volgende oorlog
“Samen met twee zussen van mijn moeder en negen neefjes en nichtjes woonden we in een eengezinswoning aan de rand van Malang. Ondanks dat we met zovelen waren, kan ik me niet herinneren dat we ooit ruzie gehad hebben. Het was eigenlijk heel gezellig. In het huis naast ons woonden Japanners, soms kwamen ze pingpongen. Ik was als de dood voor ze en moest er niets van hebben. Wij werden door de Japanners niet als vijand gezien en konden dus rustig onze eigen gang gaan. Maar op 15 augustus 1945 gaven ze zich over en begon de volgende oorlog. De Indonesiërs keerde zich tegen de Nederlanders. Dat begon met boycotten. En onze tuin met cassave werd omgeploegd voor we konden oogsten. We hadden tot de Japanse capitulatie nog gewoon bedienden in huis, maar die kwamen al snel niet meer terug. Een Ambonese familie aan het einde van de straat hielp ons om aan voedsel te komen. Op een dag liep mijn oudste nicht Els via de rijstvelden naar hun huis maar werd gesnapt en opgepakt. Mijn moeder en tante gingen naar het politiebureau en probeerden haar tevergeefs vrij te krijgen. Uiteindelijk kwam ze volledig overstuur thuis. Wat er precies met haar gebeurd is mocht ik niet weten, maar heeft ze wel aan haar tante, die meer een soort moeder voor haar was, verteld.” 

Veiligheid
“Er kwam iemand van de politie langs om ons te waarschuwen. We woonden afgelegen en zaten als ratten in de val als iemand kwaad wilde. We konden volgens de agent beter naar het voormalig Japans interneringskamp verhuizen. De gevangenen waren inmiddels allemaal vertrokken en nu liep het al snel vol met ‘buitenkampers’ (Indische Nederlanders die in tijden van de oorlog buiten het kamp leefden red.). We maakten van een divanbed een kar, met wielen van een fiets. Daar gingen alle spullen in. Halverwege zakte hij door zijn assen, maar we hebben het kamp toch bereikt. In de meeste huizen zaten al twee gezinnen, dus moesten wij met drie gezinnen in één kamer. Het was niet veel, maar wel veiliger dan buiten het kamp. We zijn nog een keer teruggegaan naar ons oude huis. We hadden drie dagen de tijd en we wilden nog wat spullen ophalen. Onderweg kwamen we een hond tegen, die liep vrolijk met ons mee. Het huis was nog helemaal intact. We hebben toen de meubels gebruikt om het huis vanuit de tuin te barricaderen. Zo konden de Indonesiërs niet naar binnen komen. Midden in de nacht kwamen ze. De hond sloeg aan, maar Indonesiërs zijn niet dol op honden dus lieten ze ons snel met rust. De volgende dag zijn we in alle vroegte weer met de nodige spullen terug naar het kamp gegaan. Hier zijn we tot de zomer van 1946 gebleven. Toen de Nederlanders de grote steden heroverd hadden, zijn wij van Malang naar Surabaya geëvacueerd.” 

Normaal leven
“Mijn vader bleek in Thailand te zitten. Hij heeft vier jaar lang aan de Birmaspoorweg gewerkt. Na zijn bevrijding is hij teruggekeerd naar de marine, waar hij voor de oorlog ook werkte. Via het Rode Kruis wist hij waar wij waren en zijn wij uiteindelijk herenigd. Ik was inmiddels 10 en was hem totaal ontgroeid. Hij had dan weer hier en dan weer daar een baantje. Ik moest in Surabaya ook weer naar school. Eigenlijk hoorde ik in de vijfde, maar ik had zo veel gemist dat ik in de derde klas geplaatst werd. Al die kinderen uit de kampen hadden een achterstand. Er zaten zelfs jongens van 15 bij mij in de klas, die waren hondsbrutaal. Ik was ook bang voor ze. Tot aan de HBS ben ik op die school gebleven. Mijn moeder werkte inmiddels in een hotel, waar wij ook woonden. De school was vlakbij en langzaamaan kreeg ik een normaal leven. In 1952 werden we gedwongen naar Nederland te verhuizen. Indonesië was voor de Indonesiërs, en daar hoorden wij dus niet bij. Tenzij je de Indonesische nationaliteit aannam, maar dat zagen mijn ouders niet zitten. Er heerste in die tijd ook een vijandigheid naar Nederlanders, dus vond vooral mijn moeder dat het beter was om te vertrekken. Mijn vader niet, die dacht alleen maar aan die vreselijke winters.” 

Nederland
“Ik weet nog wel dat we Nederland met de boot binnenvoeren, het was zonnig en ik zag overal prachtige groene weilanden. En die koeien, overal koeien. Maar ondanks de zomer, hadden we het toch koud. In de haven van Amsterdam moesten we ons registreren en stonden de bussen al klaar. We gingen naar een pension in Elspeet, daar had ik nog nooit van gehoord. In dat pension woonden meerdere gezinnen uit Indonesië. Iedere ochtend gingen de kinderen allemaal met dezelfde bus naar school in Apeldoorn. Ik pas mij makkelijk aan en was dus ook zo gewend. Iedereen was ook zo aardig. Na een jaar kregen mijn ouders een huis in Zutphen. Voor alle repatrianten werd een huis geregeld, maar ook in die tijd was er een tekort aan woningen dus werd ons dat niet in dank afgenomen. Op mijn 20e haalde ik ondanks alle achterstanden door de oorlog eindelijk mijn diploma. Ik kreeg werk bij Lijmfabriek Strucol, op de boekhoudafdeling. Maar heel lang heb ik het niet volgehouden, het was zó saai. Ik kreeg ook nog woorden met de baas. Het getuigschrift dat hij meegaf heb ik zelfs verscheurd. Er stond ook niets bijzonders in. 

Bij een gezamenlijke vriendin ontmoette ik mijn man. Na ons trouwen was ik vrij snel zwanger; we kregen uiteindelijk twee jongens en een meisje. We hadden een boot, daarmee gingen we ieder jaar op vakantie. Mijn man zwom in de IJssel en ik schermde. Ik was de enige vrouw bij de club, maar dat weerhield mij niet. Ik heb het zelfs tot mijn 80e volgehouden. Ik heb nog geprobeerd om mijn man te leren schermen, maar hij hield het toch bij zwemmen. Als ik terugkijk op mijn leven dan springt mijn jeugd er bovenuit. Indonesië, de vrijheid, de tijd dat ik niet naar school hoefde. En dat ondanks dat het oorlog was.” 

3 gedachten over “Hoe hij rook weet ik nog precies

Voeg uw reactie toe

  1. Claske, wat een mooi verhaal weer. Door die paar jaar leeftijdsverschil heeft mevrouw Diet te Laak veel meer herinneringen aan de oorlogstijd.Maar er is zoveel herkenning voor mij in haar verhaal. Wat fijn toch dat jij die verhalen optekent. Door jouw verhaal over mij komt er soms veel meer bij mij naar boven. Veel succes met de nieuwe interviews. Hartelijke groet, Mady Schoenmaker

    Geliked door 1 persoon

  2. Wat een prachtig verhaal weer, Claske, over deze sterke vrouw. Ik heb ervan genoten. Geweldig hoe haar moeder het klaargespeeld heeft om niet in het jappenkamp te komen. Ook uit haar verdere leven spreekt een enorme innerlijke kracht van deze vrouw. Dankjewel.
    Kees Jansveld

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Mady Schoenmaker Reactie annuleren

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑