Bitterballen om de huur mee te betalen

Aukje Wijkstra overleed op 24 oktober 2023. 
Ze was nog van plan om op 7 november 2023  haar 99e verjaardag te vieren. 

Al ruim twintig jaar woont mevrouw Aukje Wijkstra (91) in een appartementencomplex in Amstelveen. Ze is niet eens de oudste, maar misschien wel de actiefste bewoner. Als vrijwilligster verkoopt ze nog kaarten voor het koor en helpt ze mee met activiteiten. Ze beheert zelfs de sleutels van het pand, zodat ze kan afsluiten en openen als de beheerder een dagje afwezig is. De medebewoners weten haar altijd te vinden. Haar logeerkamer staat vol met spullen, overgebleven van een bewoonster die onlangs is overleden. Maar haar spullen zijn nog prima te gebruiken voor de bingo. Trots is ze op haar zelfgemaakte kaarten. Ze heeft er zelfs een kaartenrek voor in de woonkamer staan.

Landerijen
“Als kind was ik een zwak poppetje. Ik had geen sterk hart en ik had last van toevallen. Als ik moe was, liet mijn moeder me thuis, omdat ze wist dat ik geen kracht had om een uur naar school te lopen. We woonden in Doezum, in Groningen, op een boerderij. Samen met opa en acht koeien. Mijn moeder werkte op de boerderij en mijn vader was timmerman. De weg naar school liep over landerijen en in de slootjes lagen van die ‘stapjes’, waardoor je makkelijk naar de overkant kon springen. Na de lagere school werkte ik mee op de boerderij, later werkte ik als ‘morgenmeisje’ om wat extra geld te verdienen. Op een zaterdagochtend in februari kwam ik thuis na een bezoek aan mijn oom en tante. Ik was 15 jaar, een vreemde vrouw deed open en stuurde me weg. Ik begreep er eerst niets van en heb me als een klein kind de deur laten wijzen. Later die dag kreeg ik een baby op schoot, dat was mijn zusje.”

Verliefd
“Mijn moeder droeg altijd van die wijde rokken. Ik heb nooit geweten dat ze zwanger was. Mijn zusje sliep bij mij in de bedstee en ging overal heen waar ik heen ging. Ze was mijn kind. Dat gevoel versterkte alleen maar toen mijn moeder overleed toen ik 18 was. Ik had ook nog een oudere zus, maar die was allang het huis uit. Mijn vader hertrouwde al heel snel en ik werd verliefd op Berend, een heel lieve jongen. Hij had geen moeder meer en kwam naast ons wonen. Hij was boerenknecht en werkte af en toe bij ons op de boerderij. Tot het oorlog werd en hij voor de Duitsers ging werken. Lijken vervoeren voor de NSKK (paramilitair onderdeel van de NSDAP red.). En dát had hij nooit moeten doen.”

Pakje sigaretten
“Hij kon het niet aan en vluchtte terug naar Nederland. Ik zie hem nog aankomen, het was een maandagmorgen. Hij was ondergedoken in Friesland en ‘s zondags ging ik heel vaak naar hem toe. Dan gingen we in Bakkeveen in de bossen wandelen. Of hij kwam bij mij als de kust veilig was. Hij werd actief binnen de ondergrondse. Mijn oudste zus, echt een bemoeial, zei: ‘Wat doe je met hem? Dat is een vent van niks. Hij heeft vroeger een pakje sigaretten gestolen’. En dat trok ik me zo vreselijk aan, dat ik de verkering heb uitgemaakt. Hij zei: ‘Aukje, hier doe je niet goed aan’. Niet lang daarna is hij door de Duitsers doodgeschoten. Mijn vader is naar de begrafenis geweest. Ik niet, ik kon het niet aan. Ik heb nog altijd een foto van hem in mijn fotoalbum. Daarop heeft hij wel het uniform van de NSKK aan, maar dat kan me niks schelen. Ik had het niet uit moeten maken, maar ja, ik heb het wel gedaan.”

Emigratie
“Niet lang daarna ontmoette ik tijdens een filmavond mijn man. Vlak na de oorlog kregen we vier kinderen. We hadden een kleine boerderij in Drenthe waar we zelf groenten verbouwden. Mijn man werkte bij de zuivelfabriek, bij de melkontvangst. Toen las hij een advertentie dat ze in Amsterdam buschauffeurs zochten. Je verdiende daar veel meer dan in Drenthe. De Amsterdammers wilden zelf niet meer rijden op de tram en in de bus. Twee jaar lang reisde hij iedere twee weken op en neer van Amsterdam naar Drenthe om bij ons te zijn. In 1956 zijn we verhuisd. Dat was in die tijd echt een emigratie. Ik weet het nog als de dag van gisteren. We verhuisden eind augustus, net voordat de scholen weer begonnen. Met vier kleine kinderen en mijn zusjes in de trein naar Amsterdam. Ik had nog nooit een trein van binnen gezien. Laat staan Amsterdam. Geuzenveld was toen net gebouwd; er lag alleen nog maar een zandweg voor de deur. Er woonden mensen uit verschillende provincies. Ik kon dus ook lekker mijn eigen dialect nog spreken. Mijn familie zag ik hooguit nog een keer per jaar. Met een verjaardag of als we in de zomer naar Drenthe op vakantie gingen. Ik zorgde voor de kinderen en het huishouden, totdat het helemaal fout ging. Mijn man kon niet van de vrouwtjes afblijven en ging vreemd met de buurvrouw, mijn vriendin, ook nog. In 1969 zette ik hem ’s nachts de deur uit. Ik stond er helemaal alleen voor. Dat was bittere armoe, hoor.”

Geen spijt
“Maar ik zorgde er wel voor dat mijn twee nog thuiswonende kinderen daar niets van merkten. Ik kocht een grote karbonade, sneed het vlees eraf en nam zelf het bot. Ik werkte zes dagen per week op de groenteafdeling van de Coöperatie en bakte bitterballen op het tennispark. Genoeg om de huur van te betalen. Het zat me toch niet helemaal lekker dat ik die man ‘s nachts uit huis gezet had. Als hem iets overkomt, heb ik misschien eeuwig spijt, dacht ik. Ik wilde hem nog één keer spreken. Ik wist precies dat hij de busdienst reed op het Centraal Station. Dus ik ben op zaterdagavond na mijn werk op het tennispark bij hem in de bus gestapt. Ik zei: ‘Vroeger mochten de meiden ook bij je staan, nou doe ik het’. Hij zei: ‘Vraag jij de scheiding maar aan’. ‘Nee, dat doe ik niet, ik gun jou de vrijheid niet’, antwoordde ik. Uiteindelijk heb ik dat in 1973 toch gedaan. Mijn schoonvader die vond het maar niks dat we uit elkaar waren. Die vond dat je moest bidden. ‘Dat bidden helpt me niks, hij komt nu toch niet terug. Ik wil hem niet eens meer terug’, liet ik hem weten.”

“Een jaar na de scheiding kwam ik voor het eerst terug in Drenthe. Ik was heel mager geworden. Niemand begreep hoe dat kwam, omdat niemand wist dat ik al een jaar gescheiden was. Mijn schoonzus had niets verteld, zo erg schaamde ze zich ervoor. Na een aantal jaar kreeg ik een nieuwe vriend, helaas is hij inmiddels overleden. Met hem heb ik nog 10 jaar samengewoond en mooie tijden meegemaakt. Ik herinner me nog goed dat hij een nieuwe brommer kocht en we daarmee naar Friesland gingen. Over de Afsluitdijk met 30 kilometer per uur. Die reis duurde een halve dag. Zelf deed ik alles op de fiets. Wat te ver was deed ik met het openbaar vervoer, dat paste beter bij mij. En nu ga ik nergens meer naar toe. Als ik terugkijk heb ik geen idee waar ik de kracht vandaan gehaald heb. Ik zeg nu nog wel eens, ik heb genoeg in mijn leven gehad, ik hoef niet meer.”

2 gedachten over “Bitterballen om de huur mee te betalen

Voeg uw reactie toe

Plaats een reactie

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑